De VVD maakt echt werk van lagere lasten

Zowel vorig jaar als dit jaar wordt binnen het algemeen bestuur gediscussieerd over hoe de kosten verdeeld worden over de verschillende groepen belastingbetalers, de zogenaamde kostentoedelingsverordening. Er zijn weer een aantal politieke partijen die het belangrijk vinden om de kosten voor de bedrijven te verhogen en voor inwoners te verlagen. De VVD vindt dit de verkeerde discussie. Wij willen de kosten voor alle groepen verlagen!

Tijdens de voorlichtingsbijeenkomst op 25 maart werd weer eens bevestigd door een vertegenwoordiger van de Unie van Waterschappen dat de omvang van de begroting de belangrijkste knop is waar we aan kunnen draaien. Hoe lager de begroting, hoe lager de tarieven!

De VVD zet dan ook in om de kosten te laten dalen. Hoogheemraad Ouwendijk is gestart om de begroting vanaf nul opnieuw op te bouwen . Dit is een bekende manier om “opgeblazen” begrotingen te beperken en om te kijken of je het maximale uit elke euro haalt die je binnenkrijgt. Dit leidt tot een lagere begroting en dat leidt tot lager lasten voor u en alle categorieën belastingbetalers in Delfland: inwoners, bedrijven, ongebouwd en natuurterreinen. Dat vinden we wel zo eerlijk.


Een politieke partij probeert nu mooie sier te maken door de kostentoedelingsverordening de te veranderen en te zeggen dat ze belasting voor inwoners verlagen. Maar in de praktijk heeft dit voor inwoners nauwelijks effect en verhogen ze de belasting voor bedrijven. Ze gebruiken het onderwerp dus voor campagne, maar verhogen met hun keuzes wel de belastingen. Pure symboolpolitiek dus. Het anders verdelen van de kosten lost niets op, juist het verlagen van de kosten maakt het verschil!

Tijdens voorlichtingsbijeenkomst werd nog een keer uitgelegd dat de hele kostentoedelingsverordening maar marginale effecten heeft op de tarieven voor inwoners. Als bestuur van het hoogheemraadschap hebben wij binnen het huidige belastingstelsel voor de waterschappen maar een paar knoppen waar we aan kunnen draaien. De belangrijkste is de toedeling van de watersysteemheffing. Daarmee kunnen we bepalen welk deel van de kosten voor het watersysteem betaald wordt door inwoners en welk deel door bedrijven.   Voor zo’n dichtbevolkt gebied als Delfland mogen wij het percentage voor inwoners tussen 41% en 60% leggen. Doordat het communicerende vaten zijn, kun je het percentage voor inwoners wel verlaagd, maar dat gaat het percentage voor eigenaren van onroerend goed automatisch omhoog. Daar zitten natuurlijk ook bedrijven bij, maar een groot gedeelte zijn eigenaren van woningen, oftewel inwoners van Delfland. Dus het werkelijke effect is maar heel beperkt.

Alleen het totaal dat Delfland uitgeeft te laten dalen, gaan de tarieven echt omlaag, voor iedereen



[1]  Dit is een beproefde methode die zero-based budgeting heet. In plaats van de begroting van vorig jaar te nemen, begin je op nul en moeten alle kosten onderbouwd worden.
[2]  Watersysteemheffing betaalt u voor de aanleg en het onderhoud van dijken en de kosten voor het beheren van sloten en plassen in het rivierengebied